Bewegingsrichtlijnen per rasgroep
Herdershonden en veedrijvershonden (Border Collie, Australische Herder, Duitse Herder)
Bewegingsbehoefte: hoog tot zeer hoog
Richtlijn: 90 tot 120+ minuten per dag
Deze honden zijn gefokt om de hele dag te werken. Ze hebben niet alleen fysieke maar ook mentale uitdaging nodig. Een wandeling alleen is niet genoeg; ze willen denken, problemen oplossen en een taak hebben.
Terriers (Jack Russell, Fox Terrier, Border Terrier)
Bewegingsbehoefte: hoog
Richtlijn: 60 tot 90 minuten per dag
Klein maar energiek. Terriers zijn gefokt voor de jacht en hebben een sterke drijfveer. Ze hebben stevige wandelingen nodig en zijn dol op graaf- en zoekspelletjes.
Retrievers en spaniels (Labrador, Golden Retriever, Cocker Spaniel)
Bewegingsbehoefte: gemiddeld tot hoog
Richtlijn: 60 tot 90 minuten per dag
Actieve, sociale honden die genieten van apporteren en zwemmen. Ze zijn veelzijdig en passen zich goed aan, maar worden onrustig bij te weinig beweging.
Windhonden (Greyhound, Whippet, Italiaanse Windhond)
Bewegingsbehoefte: gemiddeld (verrassend laag voor hun bouw)
Richtlijn: 40 tot 60 minuten per dag
Windhonden zijn sprinters, geen marathonlopers. Ze rennen graag korte stukken op volle snelheid en zijn daarna tevreden met lang op de bank liggen. De Greyhound is een van de rustigste rassen binnenshuis.
Gezelschapshonden (Maltezer, Shih Tzu, Cavalier King Charles Spaniel, Chihuahua)
Bewegingsbehoefte: laag tot gemiddeld
Richtlijn: 30 tot 45 minuten per dag
Deze rassen zijn gefokt als gezelschap en hebben minder fysieke beweging nodig. Maar onderschat ze niet: ook zij hebben dagelijkse wandelingen en mentale stimulatie nodig.
Molossers en zware rassen (Berner Sennenhond, Newfoundlander, Rottweiler, Mastiff)
Bewegingsbehoefte: gemiddeld
Richtlijn: 45 tot 75 minuten per dag
Groot maar niet per se actief. Deze rassen zijn rustig en kalm, maar hebben wel hun dagelijkse beweging nodig om gezond te blijven. Let op: door hun gewicht zijn hun gewrichten kwetsbaar, dus vermijd intensief rennen en springen.
Beweging per leeftijdsfase: puppy, volwassen en senior
Puppy (8 weken tot 12 maanden)
De vuistregel voor puppy's is: 5 minuten beweging per maand leeftijd, twee keer per dag. Een puppy van 3 maanden mag dus 2 keer 15 minuten wandelen. Een puppy van 6 maanden 2 keer 30 minuten.
Dit klinkt weinig, en dat is het ook. Maar de botten, gewrichten en groeischijven van een puppy zijn nog niet volgroeid. Te veel belasting kan leiden tot groeistoornissen en gewrichtsproblemen op latere leeftijd, vooral bij grote rassen. Vrij spelen in de tuin of met andere honden telt overigens niet mee als gestructureerde beweging: dit is spontaan en zelfgereguleerd.
Adolescent (6 tot 18 maanden)
De hormonen gieren en de energie is grenzeloos. In deze fase heeft je hond meer beweging nodig, maar zijn de gewrichten nog niet volledig ontwikkeld (vooral bij grote rassen). Bouw geleidelijk op en vermijd langdurig joggen of fietsen tot het skelet volgroeid is. De dierenarts kan middels een röntgenfoto beoordelen of de groeischijven gesloten zijn.
Volwassen (1 tot 7 jaar, rasafhankelijk)
In deze fase kan je hond de volledige beweging aan die bij zijn ras past. Dit is de periode waarin je de richtlijnen per rasgroep kunt aanhouden. Let wel: ook een volwassen hond moet je geleidelijk opbouwen als hij lang inactief is geweest.
Senior (vanaf 7 tot 10 jaar, rasafhankelijk)
Oudere honden worden rustiger en hebben minder beweging nodig, maar stoppen met bewegen is funest. Regelmatige, rustige wandelingen houden de spieren en gewrichten soepel en voorkomen overgewicht. Pas de intensiteit aan: kortere wandelingen, vlakke routes, geen rennen of springen. Een senior hond die stijf opstaat of achterblijft, geeft aan dat het te veel was.
Let op: Product niet beschikbaar
Mentale beweging is net zo belangrijk als fysieke
Mentale stimulatie vermoeit een hond sneller dan fysieke beweging. 15 minuten zoekwerk of puzzelspeelgoed kan je hond net zo moe maken als een wandeling van 45 minuten. Dit is bijzonder handig op dagen dat je minder kunt wandelen, bij slecht weer, of bij honden die door blessures beperkt zijn in hun beweging.
Vormen van mentale stimulatie:
- Snuffelwandelingen: Laat je hond tijdens de wandeling op zijn gemak snuffelen in plaats van stevig door te lopen. Het verwerken van geuren is zwaar hersenwerk.
- Puzzelspeelgoed: Kongs, snuffelmatten, licky mats en interactieve spellen waarbij je hond moet nadenken om bij het eten te komen.
- Training en trucjes: 5 tot 10 minuten basiscommando's of trucjes leren is intensief hersenwerk.
- Zoekspelletjes: Verstop snoepjes in huis of in de tuin en laat je hond ze zoeken.
- Kauwactiviteiten: Kauwen is rustgevend en vergt concentratie. Een gevulde Kong of een kauwstaaf houdt je hond lang bezig.
- Nieuwe routes en omgevingen: Wandel afwisselend in bos, stad, park en strand. Nieuwe geuren en prikkels zijn mentaal verrijkend.
De ideale balans:
Streef naar een dagprogramma dat voor ongeveer 60 procent uit fysieke beweging bestaat en 40 procent uit mentale uitdaging. Een hond die zowel lichamelijk als geestelijk voldaan is, is een tevreden en rustige hond.
Let op: Product niet beschikbaar
Signalen dat je hond te weinig beweging krijgt
Gedragsproblemen:
- Overmatig blaffen zonder duidelijke aanleiding
- Dingen kapot bijten (schoenen, meubels, afstandsbedieningen)
- Graven in de tuin
- Hyperactief gedrag binnenshuis: rennen, springen, niet stil kunnen zitten
- Excessief likken aan zichzelf
Fysieke signalen:
- Overgewicht: als je de ribben niet meer kunt voelen onder een lichte vetlaag, is je hond te zwaar
- Stijfheid na rust door inactieve spieren
- Slechte conditie: snel hijgen bij lichte inspanning
Emotionele signalen:
- Apathie en lusteloosheid (de hond heeft het opgegeven)
- Aandacht zoekend gedrag: constant om je heen draaien, blaffen, piepen
- Onrust: niet kunnen settelen, van plek naar plek lopen
Als je een of meerdere van deze signalen herkent, is de eerste stap: meer bewegen. Bouw geleidelijk op als je hond lang inactief is geweest. Voeg ook mentale stimulatie toe. Je zult merken dat veel gedragsproblemen vanzelf verminderen als de bewegingsbehoefte vervuld wordt.
Wandelen, rennen, zwemmen of fietsen: welke beweging is het beste?
Wandelen
De basis voor elke hond. Geschikt voor alle leeftijden en rassen. Wandelen biedt fysieke beweging en mentale stimulatie (geuren, prikkels, sociale contacten). Varieer je routes voor extra verrijking.
Rennen en joggen
Geschikt voor: volwassen, gezonde honden van actieve rassen. Niet geschikt voor: puppy's, senioren, kortsnuitige rassen (Bulldogs, Mopsen), of honden met gewrichtsproblemen. Bouw de afstand geleidelijk op en let op tekenen van vermoeidheid.
Zwemmen
Uitstekende beweging: belastend voor de spieren maar ontzettend vriendelijk voor de gewrichten. Ideaal voor honden met artrose, overgewicht of gewrichtsproblemen. Niet alle honden zijn waterhonden: laat je hond geleidelijk wennen en dwing hem nooit het water in. Spoel na het zwemmen in zout of chloorwater de vacht af.
Fietsen
Geschikt voor: volwassen, gezonde honden met een hoge energiebehoefte. Gebruik altijd een speciale fietsbeugel (geen riem in de hand). Begin rustig en bouw op. Fiets niet bij warm weer en let op de poten: asfalt is hard en kan de voetzolen beschadigen. Niet geschikt voor kleine rassen of honden met korte poten.
Vrij spel met andere honden
Fantastisch voor socialisatie en het kwijtraken van energie. Let op: niet alle honden zijn geschikt voor vrij spel. Ken je hond en ken de andere hond. Houd het spel in de gaten en grijp in als het te ruw wordt.
Apporteren
Een favoriete activiteit voor retrievers en actieve rassen. Gebruik geen stokken (kans op splinters en verwondingen) maar een bal of speciaal apporteerspeelgoed. Gooi niet steeds dezelfde richting om eenzijdige belasting te voorkomen.
Veelgestelde vragen
Let op: Product niet beschikbaar